U bent hier:

Achtergrond bestuursraad
De gemeenteraad vormt samen met het college van burgemeester en wethouders het bestuur van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze bestuursorganen bepalen samen het lokale beleid en zijn ook verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. De bestuursraad is een adviesorgaan van het gemeentebestuur. Hij is begin jaren zeventig ingesteld toen de dorpen Engelen en Bokhoven (evenals Empel) hun zelfstandigheid opgaven en opgingen in de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De oude gemeenteraden veranderden toen in bestuursraden.

Taken en bevoegdheden
De bestuursraad geeft het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd advies over alles wat het grondgebied en de bewoners van Engelen en Bokhoven raakt. Vóórdat een collegevoorstel naar de Gemeenteraad gaat, moet er advies worden gevraagd aan de bestuursraad. Wil het college daarvan afwijken, dan moet dat worden gemotiveerd. Dat betekent dus niet dat bestuursraad van Engelen en Bokhoven het in deze dorpen voor het zeggen heeft, maar wel dat hij overal over kan meedenken en -praten. Omdat in de bestuursraad mensen zitting hebben die goed op de hoogte zijn van lokale wensen en knelpunten, wordt er ook naar geluisterd. Er zijn talloze voorbeelden te geven van grote en kleine beleidszaken die onder invloed van de bestuursraad een wending hebben gekregen. Naast deze formele bevoegdheden ziet de bestuursraad het ook als zijn taak om initiatieven te ontplooien die de leefbaarheid van de dorpen ten goede kunnen komen. De taken, bevoegdheden en werkwijze van de bestuursraad zijn geregeld in verschillende officiële stukken. De belangrijkste zijn het Statuut voor de bestuursraden 2002, het bijbehorende raadsvoorstel met toelichting, en het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven.

Wat wil de bestuursraad bereiken?
Tien jaar geleden telden Engelen en Bokhoven nog geen 3.000 zielen. De dorpen zijn nu hard op weg naar een inwonertal van 6.000. De ontwikkeling van de Haverleij verhoogt de druk op de bestaande voorzieningen. De inspanningen van de bestuursraad zijn er dan ook vooral op gericht om het voorzieningenniveau mee te laten groeien met het inwonertal. Zowel de sociale als de fysieke infrastructuur dienen verder ontwikkeld te worden. Tegelijkertijd zal alles in het werk worden gesteld om het eigen dorpse karakter van de Engelen en Bokhoven te behouden.

 


 

Statuut op de bestuursraden 2002

Burgemeester en wethouders en de burgemeester van ’s-Hertogenbosch, d.d. 28 mei 2002;

gelet op het raadsbesluit d.d. 25 maart 1971, nr. 75 respectievelijk het raadsbesluit d.d. 2 januari 1996, nr. 96.007, waarbij de bestuursraden voor Empel en Meerwijk en voor Engelen en Bokhoven (opnieuw) zijn ingesteld;

gelet op de Gemeentewet en de Wet dualisering gemeentebestuur;

besluiten:

  1. de bestuursraad voor Empel en Meerwijk en de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven aan te merken als territoriale adviescommissies, als bedoeld in artikel 82b van de Gemeentewet;
  2. vast te stellen het navolgende Statuut voor de bestuursraden 2002:

Hoofdstuk I                  algemeen

Artikel 1

  1. Er is een bestuursraad voor Empel en Meerwijk met als werkgebied de buurten Kom Empel, Maasakker, Empel oost, De Koornwaard, Oud Empel en Dieskant/Meerwijk (ged).
  2. Er is een bestuursraad voor Engelen en Bokhoven met als werkgebied de buurten Kom Engelen, De Vutter, Henriëttewaard (m.u.v. Dieskant/Meerwijk), Haverleij, Bokhoven en Engelermeer.
  3. Wijziging van het werkgebied vindt in overleg met de betreffende bestuursraad plaats door burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk II                 taakomschrijving

Artikel 2

De bestuursraad behartigt de belangen van het betreffende werkgebied op de wijze en met de bevoegdheden, welke hem in of krachtens dit statuut zijn gegeven.

Artikel 3

  1. De bestuursraad is bevoegd omtrent aangelegenheden, waarbij de belangen van zijn werkgebied specifiek zijn betrokken, aan burgemeester en wethouders of aan de burgemeester aanbevelingen te doen.
  2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de uitvoering van hun bevoegdheden te mandateren aan de bestuursraden, indien en voorzover deze het werkgebied van de bestuursraden betreffen. Hieronder wordt mede verstaan de bevoegdheid tot het doen van uitgaven ten laste van specifieke, op het werkgebied betrekking hebbende budgetten.
  3. De in het eerste lid bedoelde aanbevelingen kunnen tot stand komen middels het geven van gevraagd of ongevraagd advies dan wel in de vorm van al dan niet uitgewerkte voorstellen over aangelegenheden die het werkterrein van de bestuursraad betreffen.
  4. Onder de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden worden in elk geval verstaan de algemeen verbindende voorschriften en beleidsvoornemens op het terrein van de ruimtelijke en sociale infrastructuur, de inrichting van de openbare ruimte, voorzieningen c.q. accommodaties en overige zaken, voor zover deze betrekking hebben op het woon- en leefklimaat van het werkgebied.

Artikel 4

  1. Burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester winnen het advies in van de bestuursraad over aangelegenheden waarbij de belangen van het werkgebied specifiek zijn betrokken.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen de bestuursraad een termijn stellen waarbinnen deze zijn advies als bedoeld in het vorige lid aan het college moet mededelen.
  3. Indien van een door de bestuursraad uitgebracht advies wordt afgeweken, dan wordt dit gemotiveerd medegedeeld aan de bestuursraad.

Artikel 5

  1. Alvorens aan de gemeenteraad voorstellen te doen over aangelegenheden, waarbij de belangen van het werkgebied specifiek zijn betrokken, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de bestuursraad.
  2. Burgemeester en wethouders verwerken het advies in het voorstel aan de gemeenteraad.
  3. De gemeenteraad kan, al dan niet op verzoek van de bestuursraad, besluiten dat burgemeester en wethouders alsnog het advies van de bestuursraad dienen in te winnen over een voorstel, waaromtrent deze aanvankelijk niet is geraadpleegd.

Artikel 6

  1. Indien de bestuursraad inlichtingen wenst omtrent een aangelegenheid, waarbij naar zijn oordeel een belang van zijn werkgebied specifiek is betrokken, kunnen deze inlichtingen schriftelijk door hem aan burgemeester en wethouders worden gevraagd.
  2. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de gevraagde inlichtingen niet kunnen worden verstrekt, dan delen zij dat gemotiveerd aan de bestuursraad mee.

Artikel 7

Burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen een lid van het college of van de bestuursraad machtigen het college of de burgemeester bij bepaalde gebeurtenissen in het betrokken werkgebied te vertegenwoordigen.


Hoofdstuk III                geldmiddelen

Artikel 8

Op de gemeentebegroting wordt jaarlijks een bedrag geraamd tot dekking van de kosten, die de uitoefening van de bij of krachtens dit statuut aan de bestuursraad toegekende bevoegdheden en taak met zich brengt.


Hoofdstuk IV                samenstelling

Artikel 9           Algemeen

  1. De bepalingen van de Kieswet zijn voor zover daarin bij deze verordening niet anders is voorzien van overeenkomstige toepassing.
  2. Waar in de Kieswet wordt gesproken over gemeenteraad moet worden gelezen de bestuursraad voor Empel en Meerwijk respectievelijk de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven en waar gesproken wordt over gemeente moet worden gelezen het van toepassing zijnde werkgebied, als bedoeld in artikel 1.

Artikel 10         Samenstelling

  1. De bestuursraad bestaat uit:
    - 7 leden indien het werkgebied minder dan 3.000 inwoners telt;
    - 9 leden indien het werkgebied 3.000 of meer doch minder dan 6.000 inwoners telt;
    - 11 leden indien het werkgebied 6.000 of meer inwoners telt.
    Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de bestuursraad, voortvloeiende uit een wijziging van het aantal inwoners van het werkgebied, treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de bestuursraad. Als peildatum geldt 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.
  2. De leden van de bestuursraad worden benoemd uit kiesgerechtigde inwoners van het werkgebied van de betreffende bestuursraad.
  3. De bestuursraad wordt gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het werkgebied van de betreffende bestuursraad en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
  4. Onder ingezetenen verstaat deze verordening zij die in het werkgebied van de betreffende bestuursraad werkelijke woonplaats hebben en als zodanig staan ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Artikel 11         Onverenigbaarheden

Een lid van de bestuursraad kan niet tegelijkertijd lid zijn van het college van burgemeester en wethouders of van de gemeenteraad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch of als ambtenaar in vaste dienst dan wel op arbeidsovereenkomst werkzaam zijn bij de gemeente 's-Hertogenbosch.

Artikel 12         Stemdistricten

  1. Het werkgebied van de betreffende bestuursraad wordt door burgemeester en wethouders in stemdistricten verdeeld op eenzelfde wijze en in dezelfde vorm als voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.
  2. Het stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad fungeert tevens als stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden. Ter ondersteuning kunnen er een of twee personen aan de stembureaubezetting worden toegevoegd.
  3. Het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad fungeert tevens als hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden.

Artikel 13         Registratie van aanduiding

Voor de registratie van de aanduiding, waarmee de groepering voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, is niet van toepassing de verplichting tot:

  • het zijn van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;
  • het bij de registratie overleggen van een notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen;
  • het inschrijven in de registers als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
  • het betalen van een waarborgsom.

Artikel 14

De voor de verkiezing van de leden van de bestuursraad te registeren aanduiding mag:

  • niet strijdig zijn met de openbare orde;
  • niet in zijn geheel of voor een gedeelte overeenstemmen met de naam van een groepering die reeds voor het Europese Parlement, de Tweede Kamer, Provinciale Staten of gemeenteraad is geregistreerd;
  • niet in zijn geheel of voor een gedeelte overeenstemmen met de naam van een voor de verkiezing van de leden van de bestuursraad reeds geregistreerde aanduiding waardoor verwarring te duchten is;
  • anderszins niet misleidend zijn voor de kiezers;
  • niet meer dan 35 letters of andere tekens bevatten;
  • niet geheel of in hoofdzaak overeenstemmen met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is verboden en deswege ontbonden.

Artikel 15

  1. Heeft de aan de verkiezing deelnemende groepering geen aanduiding of niet tijdig een aanduiding laten registreren, dan wordt boven de lijst alleen een lijstnummer geplaatst dat conform artikel 20 door het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden als zodanig is vastgesteld.
  2. Naast deze nummeraanduiding kan de betreffende lijst worden voorzien van een aanduiding welke staat voor de naam van de groepering die de lijst vertegenwoordigt en tijdig als zodanig is geregistreerd.
  3. Het lijstnummer en indien van toepassing de aanduiding moet bij de inlevering op de kandidatenlijst staan vermeld en moet tevens vermeld staan op de door de op de kandidatenlijst voorkomende kandidaten ondertekende instemmingverklaring en indien nodig op de over te leggen ondersteuningsverklaringen.
  4. De kandidatenlijst moet worden ingeleverd door een van de op de betreffende kandidatenlijst vermelde personen. Betreft het de inlevering van een lijst van een groepering die reeds voor het Europese Parlement, de Tweede Kamer, Provinciale Staten of de gemeenteraad is geregistreerd, dan moet hierbij tevens worden overgelegd een verklaring van de groepering houdende de aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij het centraal stembureau.

Artikel 16         Kandidaatstelling

  1. Voor de inlevering van de kandidatenlijst is geen waarborgsom verschuldigd.
  2. Het vormen van een lijstengroep of lijstencombinatie is niet mogelijk.

Artikel 17

Indien er bij een verkiezing evenveel kandidaten worden gesteld als er plaatsen te vervullen zijn, verklaart het centraal stembureau, nadat de kandidatenlijsten onherroepelijk zijn geworden, dat de daarop vermelde kandida(a)t(en) benoemd, tenzij de bestuursraad nadrukkelijk verkiezingen wenst.

Artikel 18

Bij de inlevering van de kandidatenlijst moeten tenminste 10 schriftelijke verklaringen worden overgelegd van kiesgerechtigden, waaruit blijkt dat zij de kandidatenlijst ondersteunen.

Artikel 19         Nummering kandidatenlijsten

  1. Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden bepaalt de volgorde van de kandidatenlijsten. Eerst worden genummerd de lijsten van de groeperingen die reeds zitting hebben in de bestuursraden in volgorde van het aantal bij de vorige verkiezing behaalde stemmen. De groepering met het meeste aantal behaalde stemmen krijgt lijstnr 1 enz. Vervolgens worden de overige lijsten genummerd. De volgorde hiervan wordt bepaald door loting.
  2. De nummering vindt plaats tijdens de openbare vergadering van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden op de tweede dag na de kandidaatstelling des namiddags te 16.00 uur.

Artikel 20         Stemming

De stemming vindt plaats op dezelfde dag op hetzelfde tijdstip als de stemming voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

Artikel 21         Benoeming

De voorzitter van het centraal stembureau geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming en geeft hiervan tevens kennis aan de voorzitter van de betreffende bestuursraad. Deze kennisgeving strekt de benoemde tot geloofsbrief.

Artikel 22         Zittingsduur en plaatsvervanging

  1. De zittingsduur van de leden van de bestuursraad is gelijk aan de zittingsduur van de leden van de gemeenteraad. De beëdiging en installatie van de nieuw benoemde leden van de bestuursraad vindt zo spoedig mogelijk na de installatie van de leden van de gemeenteraad plaats.
  2. De leden van de bestuursraad kunnen te allen tijden ontslag nemen. Het ontslag wordt door hen ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders en de bestuursraad.
  3. Zij blijven niettemin in functie totdat de goedkeuring van de geloofsbrieven van hun opvolgers onherroepelijk is geworden of totdat het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.

Artikel 23

  1. Indien bij plaatsvervanging geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt, beslist het centraal stembureau dat geen opvolger kan worden benoemd.
  2. Indien door deze beslissing het aantal zitting hebbende leden minder wordt dan de helft plus een van het aantal leden, dan worden tussentijds nieuwe verkiezingen uitgeschreven, tenzij burgemeester en wethouders anders beslissen.

Artikel 24         Onderzoek geloofsbrieven en toelating

  1. De betreffende bestuursraad onderzoekt de geloofsbrieven van de benoemden en beslist tevens of de benoemde als lid van de bestuursraad wordt toegelaten.
  2. Na de beslissing tot toelating moet de benoeming worden bekrachtigd door burgemeester en wethouders, waarna ten overstaan van de vaste overlegpartner, als bedoeld in artikel 26, beëdiging plaats vindt.

Hoofdstuk V                 de voorzitter

Artikel 25

  1. De bestuursraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
  2. De voorzitter is belast met het leiden van de vergadering en het (doen) naleven van dit statuut respectievelijk het reglement van orde voor de vergadering van de bestuursraad

Hoofdstuk VII               overlegpartner

Artikel 26

  1. Het college van burgemeester en wethouders wijst uit zijn midden voor elk van de bestuursraden een vaste overlegpartner aan.
  2. Deze overlegpartner is op uitnodiging van de bestuursraad gerechtigd de vergaderingen van de bestuursraad bij te wonen en aan de beraadslaging deel te nemen.
  3. De overlegpartner is gerechtigd zich te doen vervangen en/of door een deskundige te laten bijstaan.

Hoofdstuk VII               vergaderingen

Artikel 27

  1. De bestuursraad vergadert in principe eenmaal per maand en voorts zo dikwijls de voorzitter of ten minste drie leden van de bestuursraad het nodig oordelen.
  2. De voorzitter draagt zorg voor het vaststellen en tijdig (laten) verspreiden van de agenda.
  3. De vergaderingen van de bestuursraad zijn openbaar, tenzij tenminste de helft van het aantal leden van de bestuursraad dan wel de overlegpartner, als bedoeld in artikel 26, verzoekt om de deuren te sluiten.
  4. De bestuursraden stellen een reglement van orde voor hun vergaderingen vast. Het ontwerp dient te worden goedgekeurd door burgemeester en wethouders. Dit reglement mag niet strijdig zijn met dit statuut.

Artikel 28

  1. Eenieder, geen lid van de bestuursraad zijnde, die in een openbare vergadering van de bestuursraad het woord wenst te voeren over een blijkens de agenda voor die vergadering geagendeerd onderwerp dan wel over een specifiek op het betreffende werkgebied betrekking hebbend onderwerp, doet daartoe voor aanvang van de vergadering een verzoek aan de voorzitter of secretaris.
  2. Direct na de opening van de vergadering doet de voorzitter de bestuursraad mededeling van het desbetreffende verzoek met het voorstel ter zake een beslissing te nemen.

Artikel 29

Alle stukken die van de bestuursraad uitgaan worden getekend door de voorzitter en/of de secretaris.

Artikel 30

De adviezen van de bestuursraad worden schriftelijk gegeven en behelzen slechts het gevoelen van de meerderheid, tenzij de minderheid verlangt dat ook haar gevoelen wordt vermeld.


Hoofdstuk VIII              de secretaris

Artikel 31

  1. De bestuursraad wordt van gemeentewege ondersteund door een ambtelijk secretaris, welke zorg draagt voor ondersteuning van de bestuursraad in haar relatie tot het gemeentebestuur.
  2. De bestuursraad wijst uit haar midden een secretaris aan, welke in aanvulling op en samenwerking met de ambtelijk secretaris zorg draagt voor het onderhouden van de (schriftelijke) contacten tussen de bestuursraad en de achterban.

Artikel 32

  1. Voor zover in het kader van de in artikel 31, eerste lid genoemde taak van belang woont de ambtelijk secretaris de vergaderingen van de bestuursraad bij en is hij de bestuursraad behulpzaam bij:
  2. het zorgdragen voor het maken van de notulen van de vergaderingen;
  3. het ontwerpen van de van de bestuursraad uitgaande stukken;
  4. het aan de bestuursraad ter beschikking stellen van alle specifiek op het betreffende werkgebied betrekking hebbende stukken.
  5. De notulen van de vergadering worden door de ambtelijk secretaris ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk IX                slot- en overgangsbepalingen

Artikel 33

In gevallen waarin dit statuut niet voorziet of in geval enige bepaling voor verschillende uitleg vatbaar is, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 34

Een voorstel tot wijziging of aanvulling van dit statuut kan worden geïnitieerd door de bestuursraad en/of door het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 35

Dit statuut kan worden aangehaald als “Statuut op de bestuursraden 2002” en treedt in werking op 1 juni 2002.

 


 

Raadsvoorstel

Agendanr.
Reg.nr.

:


02.0613

 

   

 

Bestuursraden en Wet dualisering gemeentebestuur

Inleiding

Als uitwerking van de vrijwillige annexatie van de voormalige gemeenten Empel en Meerwijk en Engelen zijn bij raadsbesluit d.d. 25 maart 1971 nr. 75 de bestuursraden voor Empel en Meerwijk en voor Engelen en Bokhoven ingesteld. In verband met de gemeentelijke herindeling (fusie met Rosmalen) zijn die bestuursraden bij raadsbesluit d.d. 2 januari 1996, nr. 96.007 opnieuw ingesteld. De taken, bevoegdheden en samenstelling van de bestuursraden zijn geregeld in de op 1 januari 1998 in werking getreden Verordening op de bestuursraden 1998 (raadsbesluit 20 november 1997, nr. 97.1076). Wettelijke basis vormt het artikel 82 van de Gemeentewet vóór dualisering. De belangrijkste taak van de bestuursraden was en is het toezien op de naleving van de annexatievoorwaarden en het adviseren aan het gemeentebestuur over zaken “waarbij de belangen van hun gebiedsdeel specifiek zijn betrokken”.

De Wet dualisering gemeentebestuur heeft mede tot gevolg dat de bestuursraden niet met hun oorspronkelijke grondslag (ingesteld door de raad) en werkwijze (o.a. wethouder als voorzitter) in stand blijven. De bestuursraden staan voor de keuze of zij een adviesorgaan aan de gemeenteraad dan wel aan ons college willen zijn. Op ambtelijk niveau heeft hierover overleg plaatsgevonden met delegaties van beide bestuursraden. Daarbij is naar voren gekomen dat zij opteren voor een rol als adviesorgaan aan ons college. Tegelijk hebben zij verzocht om de mogelijkheid te creëren dat bepaalde bestuursbevoegdheden aan hen worden overgedragen en om financiële ruimte teneinde het gewenst verruimde takenpakket ook te kunnen uitvoeren.

Statuut voor de bestuursraden

De keuze als adviesorgaan aan ons college is gezien de taken van en verhoudingen tussen de diverse bestuursorganen in het gedualiseerde bestel begrijpelijk en pragmatisch. De verordening op de bestuursraden is echter geen geëigend middel om de taken, bevoegdheden en samenstelling van de bestuursraden als adviesorgaan aan ons college te regelen. Met erkenning van de hierboven aangehaalde instellingsbesluiten en met respect voor de functie die de bestuursraden in het democratisch bestel vervullen hebben wij in overleg met de bestuursraden een statuut voor de bestuursraden vastgesteld, waarbij wij hen aanmerken als territoriale adviescommissies voor ons college, als bedoeld in het nieuwe artikel 82b van de (herziene) Gemeentewet.

Een exemplaar van het statuut treft u hierbij ter kennisname aan. Hierin is de “ombouw” van de adviesfunctie verwerkt. Door middel van doorhaling c.q. onderstreping zijn de verschillen ten opzichte van de thans in te trekken verordening aangegeven. Een aantal wijzigingen zijn redactioneel van aard en/of spreken voor zich. Voor zover dat niet het geval is kunnen de gewijzigde onderdelen als volgt worden toegelicht:

Artikel 1: De in dit artikel gekozen gebiedsomschrijving sluit aan bij de gemeentelijke wijk- en buurtindeling met de codes 0801 t/m 0804 en 1011 (werkgebied bestuursraad Empel en Meerwijk) en de codes 1201 t/m 1206 (werkgebied bestuursraad Engelen en Bokhoven).

Artikel 3, lid 1: De formele bevoegdheid van het rechtstreeks aan de gemeenteraad adviseren is geschrapt.

Artikel 3, lid 2: Thans is voorzien in de mogelijkheid dat wij de uitvoering van bepaalde bevoegdheden, die het werkgebied van de bestuursraad betreffen, aan die bestuursraden mandateren. Dit is gewenst om hen –naast de adviesfunctie- een meer zelfstandig rol te laten vervullen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de besteding van specifieke, op het werkgebied betrekking hebbende budgetten. De uitvoering van het mandaat zal steeds middels afzonderlijke besluitvorming nader moeten worden uitgewerkt, rekening houdend met het gemeentelijk beleid en het vereiste juridisch kader. Per geval zal worden bezien wat voor mandatering in aanmerking komt en welke voorwaarden daarbij dienen te gelden.

Artikel 5: De bestuursraden blijven ook in de nieuwe opzet de mogelijkheid behouden, maar dan indirect, om aan de gemeenteraad hun visie kenbaar te maken over onderwerpen die hun werkgebied betreffen. Zij dienen zich dan te richten tot het college, welke in voorkomende gevallen in een vroegtijdig stadium het advies van de bestuursraad inwint en het resultaat in het raadsvoorstel verwerkt. Bij het ontbreken hiervan kan de gemeenteraad besluiten om dit advies alsnog op te laten vragen.

Artikel 11: Vanwege de Wet dualisering gemeentebestuur is het thans nodig afzonderlijk te regelen dat leden van de bestuursraad geen collegelid kunnen zijn.

Artikel 24, lid 2: Het (raads)besluit tot bekrachtiging omtrent de toelating vervalt; beëdiging vindt plaats ten overstaan van de vaste overlegpartner voor de bestuursraad (lees: wethouder, zie hierna).

Artikel 25: Geheel in de lijn van de dualisering zal, anders dan nu het geval is, de (plaatsvervangend) voorzitter van de bestuursraad niet langer een collegelid zijn maar door de bestuursraad uit zijn midden worden aangewezen. Dit zal tevens bijdragen aan uitbouw van het “eigen gezicht” en de profilering van de bestuursraad. De beperking dat de voorzitter van de bestuursraad alleen een raadgevende stem heeft en de regeling omtrent vervanging worden overbodig.

Artikel 26: lid 1 en 2: Voor elk van de bestuursraden zal een wethouder als vaste overlegpartner worden aangewezen. Deze zal op uitnodiging van de bestuursraden de vergaderingen bijwonen. De overlegpartner mag dan aan de beraadslaging deelnemen en heeft geen stemrecht.

Artikel 26, lid 3: Voorzien is in de mogelijkheid dat de overlegpartner zich laat vervangen. Als regel zal dit een collegelid zijn doch daarvan kan worden afgeweken indien de te bespreken onderwerpen hiertoe aanleiding geven. Bij zeer specifieke bespreekpunten kan de overlegpartner zich overigens ook laten bijstaan.

Artikel 31: De gemeentelijke ambtelijke ondersteuning in de vorm van een aangewezen secretaris blijft. Deze draagt zorg voor ondersteuning van de bestuursraad in haar relatie tot het gemeentebestuur. Nieuw is dat de bestuursraad uit zijn midden een eigen secretaris aanwijst. Deze zorgt vooral voor het onderhouden van de (schriftelijke) contacten tussen de bestuursraad en de achterban. Een inmiddels in de praktijk gegroeide situatie krijgt hiermee een formele status en wordt verder uitgebouwd. Ook dit zal zonder twijfel bijdragen aan de versteviging van het eigen gezicht en de profilering van de bestuursraden.

Reglementen van Orde

De concept reglementen van orde voor de vergaderingen van de bestuursraden, welke zijn afgestemd op de nieuwe situatie en onze instemming hebben, liggen ter inzage.

Advies bestuursraden

Concepten van voorliggende stukken zijn voorgelegd aan de bestuursraden en hebben hun instemming.

Voorstel

Instemmen met bijgevoegd ontwerpbesluit.

Burgemeester en wethouder van 's-Hertogenbosch,
De secretaris,                             De burgemeester,

drs. P.A.G. Lansbergen               mr. dr. A.G.J.M. Rombouts

Bijlagen:
1. Statuut voor de bestuursraden 2002

Ter inzage:
1. Reglementen van Orde voor de vergaderingen van de bestuursraden
2. Advies van de commissie voor Bestuurszaken d.d. 24 juni 2002

De stukken liggen ter inzage in de leeskamer van de raadsleden.

Steller :   Aarts
Tel. :   073-6155388
E-Mail :   Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 4 juli 2002;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 mei 2002, regnr. 02.0613 ;

gelet op de Gemeentewet en de Wet dualisering gemeentebestuur;

Besluit:

  • In te trekken de Verordening op de bestuursraden 1998 (raadsbesluit d.d. 20 november 1997, regnr.  97.1076)
  • Kennis te nemen van het besluit van burgemeester en wethouders en van de burgemeester van 's-Hertogenbosch, inhoudende:
    • de bestuursraad voor Empel en Meerwijk en de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven aan te merken als adviescommissies, als bedoeld in artikel 82b van de Gemeentewet;
    • de vaststelling van het Statuut voor de bestuursraden 2002.

's-Hertogenbosch,
De gemeenteraad voornoemd,
De secretaris,                             De voorzitter,

drs. P.A.G. Lansbergen               mr. dr. A.G.J.M. Rombouts

 


 

Reglement van Orde voor de Vergaderingen 
van de Bestuursraad voor Engelen en Bokhoven

De bestuursraad voor Engelen en Bokhoven in zijn vergadering van 3 juni 2002;

gelet op het Statuut voor de bestuursraden 2002, vastgesteld door burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 28 mei 2002;

Besluit :

vast te stellen het navolgende Reglement van Orde voor de vergaderingen van de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven

Artikel 1:          Algemeen

Van primaire toepassing is het Statuut op de bestuursraden 2002, verder te noemen het statuut, waarin de taken, bevoegdheden en werkwijze van de bestuursraden zijn neergelegd. Dit reglement van orde is daarop aanvullend.

Artikel 2:          Dag- en aanvangsuur der vergadering

  1. De bestuursraad vergadert in principe eenmaal per maand en voorts zo dikwijls de voorzitter of ten minste drie leden van de bestuursraad het nodig oordelen.
  2. De voorzitter en secretaris van de bestuursraad stellen jaarlijks het schema vast van de dagen en tijden, waarop de bestuursraad als regel vergadert. Dit schema wordt toegezonden aan de leden van de bestuursraad.

Artikel 3:          Oproeping

  1. De voorzitter en secretaris zorgen er voor dat de oproeping voor de vergadering zo mogelijk 10 dagen doch tenminste vijf dagen voor de dag van de vergadering plaatsvindt onder toezending van de agenda en de daarop betrekking hebbende stukken.
  2. Tegelijk met het verzenden van de oproep als bedoeld in het eerste lid dragen de voorzitter en secretaris er zorg voor, dat:
    a.   dag en uur van de vergadering alsook de belangrijkste op de agenda vermelde onderwerpen ter openbare kennis worden gebracht;
    b.   de op de te behandelen onderwerpen betrekking hebbende stukken voor de leden van de bestuursraad ter kennis worden gebracht.
  3. Het bepaalde in lid 2 sub a. is niet van toepassing ten aanzien van een besloten vergadering.

Artikel 4:    Presentielijst

  1. Van de vergadering van de bestuursraad wordt een presentielijst aangehouden. De voorzitter en leden van de bestuursraad alsmede de overlegpartner, als bedoeld in artikel 26 van het statuut, plaatsen hun handtekening achter hun op die lijst vermelde naam.
  2. Het lid dat de vergadering voortijdig wenst te verlaten, geeft daaraan kennis aan de voorzitter.
  3. Een lid dat verhinderd is een vergadering bij te wonen, geeft daarvan voor aanvang van de vergadering kennis aan de voorzitter of secretaris.

Artikel 5:    Initiatief

  1. Ieder lid van de bestuursraad is bevoegd een verzoek te doen een onderwerp, dat tot het werkterrein van de bestuursraad behoort ter advisering in een vergadering van de bestuursraad aan de orde te stellen.
  2. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, dient bij de voorzitter te worden ingediend.
  3. De voorzitter plaatst het desbetreffende onderwerp op de agenda voor de eerstvolgende vergadering van de desbetreffende bestuursraad of, als de agenda voor die vergadering is verzonden, op de agenda voor de daarop volgende vergadering.
  4. Indien er naar het oordeel van de verzoeker sprake is van een spoedeisend geval kan een verzoek, als bedoeld in lid 1 ter vergadering worden gedaan. Alsdan besluit de bestuursraad of het desbetreffende onderwerp aan de agenda voor die vergadering wordt toegevoegd dan wel overeenkomstig lid 3 naar de volgende vergadering wordt verwezen.

Artikel 6: Besloten vergadering

  1. De vergaderingen van de bestuursraad zijn in beginsel openbaar. Met inachtneming van artikel 27, lid 3 van het statuut worden de deuren gesloten indien sprake is van onderwerpen, welke een vertrouwelijk karakter dragen of die, gezien het stadium van voorbereiding van een voorstel, nog niet voor openbare bespreking in aanmerking komen.
  2. Indien op grond van het vorige lid een besloten vergadering wordt gehouden, beslist de overlegpartner, de voorzitter en/of de bestuursraad vóór de afloop van die vergadering, of en in hoeverre omtrent het daarin behandelde en omtrent de inhoud van de overgelegde stukken geheimhouding wordt opgelegd. Indien geheimhouding wordt opgelegd strekt die zich ook uit tot het verslag van die vergadering.
  3. De voorzitter dan wel de overlegpartner kunnen omtrent de inhoud van stukken, als hiervoor bedoeld, voorlopige geheimhouding opleggen. Hij geeft daarvan bij de toezending of overhandiging van de stukken kennis aan de leden van de bestuursraad.
  4. Geheimhouding, als bedoeld in de leden 2 en 3 van dit artikel geldt  totdat deze door de voorzitter, de overlegpartner respectievelijk door de bestuursraad is opgeheven. Indien het in verband met de beraadslaging hierover nodig wordt geoordeeld, wordt deze beslissing in een besloten vergadering genomen.
  5. Op leden van het college van burgemeester en wethouders en op ambtenaren,  welke op grond van artikel 26 van het statuut de vergadering van de bestuursraad bijwonen, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7:    Verslag besloten vergadering

  1. Het verslag van een besloten vergadering, als bedoeld in artikel 5 wordt afzonderlijk gehouden.
  2. Indien het in verband met het maken van op- of aanmerkingen over het in het eerste lid bedoelde verslag nodig wordt geoordeeld, wordt dit door de bestuursraad vastgesteld in een vergadering, die voor de duur, dat die vaststelling aan de orde is, besloten is.

Artikel 8:    Quorum

  1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, nadat hij heeft vastgesteld dat tenminste de helft van het aantal zitting hebbende leden ter vergadering is opgekomen.
  2. Indien op het vastgestelde uur niet het op grond van het bepaalde in het vorige lid vereiste aantal leden is opgekomen, wordt de opening ten hoogste vijftien minuten uitgesteld, met dien verstande dat zodra het vereiste aantal leden is opgekomen, de voorzitter de vergadering terstond opent.
  3. Wanneer na vijftien minuten, als bedoeld in het vorige lid, niet het vereiste aantal leden is opgekomen belegt de voorzitter een nieuwe vergadering die hij kan oproepen met afwijking van het bepaalde in artikel 2.
  4. Deze nieuwe vergadering wordt gehouden, ongeacht het aantal leden, dat is opgekomen. In deze vergadering kan slechts worden beraadslaagd en besloten over onderwerpen, die voor de eerste vergadering waren geagendeerd.
  5. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 kan de voorzitter in spoedeisende gevallen bepalen, dat de vergadering, ondanks het ontbreken van het vereiste aantal leden, doorgang vindt. In deze vergadering kunnen geen besluiten worden genomen.

Artikel 9:    Volgorde van behandeling

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 28, tweede lid van het statuut wordt onmiddellijk na de opening van de vergadering het verslag van de vorige vergadering aan de goedkeuring van de bestuursraad onderworpen.
  2. Na de behandeling van het verslag worden de op de agenda vermelde onderwerpen behandeld in de volgorde, waarin zij zijn vermeld.
  3. De voorzitter kan van deze volgorde afwijken voor de onderwerpen, waarvan hem bekend is dat daarover niet het woord en/of stemming zal worden gevraagd.

Artikel 10:  Verlening van het woord

  1. Geen lid voert het woord dan na het van de voorzitter verkregen te hebben, die dit verleent in de volgorde waarin het is gevraagd.
  2. Geen lid voert meer dan twee maal het woord over een aan de orde zijnde onderwerp, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders beslist.
  3. Het stellen van een korte vraag, waarop een beknopt antwoord gegeven kan worden, alsmede het plaatsen van een interruptie, worden niet als het voeren van het woord aangemerkt.
  4. Degene, die in tweede spreektermijn voor de eerste maal het woord voert, wordt geacht voor de tweede maal over hetzelfde onderwerp te spreken.
  5. In afwijking van het bepaalde in lid 3 kan de voorzitter het stellen van vragen en het plaatsen van interrupties verbieden, indien daardoor naar zijn oordeel de normale behandeling van het aan de orde zijnde onderwerp dreigt te worden verstoord.

Artikel 11:  Schorsing

De voorzitter kan de vergadering -al dan niet op verzoek van de bestuursraad‑ voor een door hem te bepalen tijd schorsen.

Artikel 12:  Sluiting beraadslaging en besluitvorming

  1. Wanneer niemand meer het woord vraagt en dit, overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande artikelen ook niet meer kan verkrijgen, sluit de voorzitter de beraadslaging.
  2. Indien de beraadslaging is gesloten, of gebleken is dat geen beraadslaging wordt gewenst, gaat de bestuursraad over tot het uitbrengen van een advies.
  3. Indien de voorzitter vaststelt dat door geen der aanwezige leden het uitbrengen van een individueel advies wordt verlangd, concludeert hij dat besloten is om met betrekking tot dat onderwerp een gunstig advies uit te brengen.

Artikel 13:  Rondvraag

Na de behandeling van de agenda geeft de voorzitter aan de leden gelegenheid tot het stellen van korte vragen over onderwerpen, welke tot het werkterrein van de bestuursraad behoren.

Artikel 14: Verslag

  1. Van elke vergadering wordt door de zorg van de secretaris een verslag opgemaakt, waarin het standpunt van de bestuursraad beknopt en zakelijk wordt weergegeven.
  2. Het verslag wordt zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering van de betreffende bestuursraad vastgesteld.

Artikel 15: Schriftelijk advies

  1. In, naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, kan de bestuursraad worden gevraagd buiten de orde van de vergadering om schriftelijk te adviseren.
  2. Indien schriftelijke advisering bij een of meerdere leden op bezwaren stuit, geschiedt de behandeling van het betreffende onderwerp alsnog zo spoedig mogelijk in een vergadering van de bestuursraad.

Artikel 16: Slotbepaling

  1. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of in geval enige bepaling voor verschillende uitleg vatbaar is, beslist de bestuursraad.
  2. Dit reglement wordt aangehaald als "Reglement van orde voor de vergaderingen van de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven".
  3. De bestuursraad kan dit reglement wijzigen of aanvullen, mits het ontwerp daartoe is goedgekeurd door burgemeester en wethouders.
  4. Dit reglement treedt in werking met ingang van de datum waarop het is vastgesteld.

Het ontwerp van dit reglement is goedgekeurd door burgemeester en wethouders van 's‑Hertogenbosch op 28 mei 2002.