U bent hier:

 

Statuut op de bestuursraden 2002

Burgemeester en wethouders en de burgemeester van ’s-Hertogenbosch, d.d. 28 mei 2002;

gelet op het raadsbesluit d.d. 25 maart 1971, nr. 75 respectievelijk het raadsbesluit d.d. 2 januari 1996, nr. 96.007, waarbij de bestuursraden voor Empel en Meerwijk en voor Engelen en Bokhoven (opnieuw) zijn ingesteld;

gelet op de Gemeentewet en de Wet dualisering gemeentebestuur;

besluiten:

  1. de bestuursraad voor Empel en Meerwijk en de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven aan te merken als territoriale adviescommissies, als bedoeld in artikel 82b van de Gemeentewet;
  2. vast te stellen het navolgende Statuut voor de bestuursraden 2002:

Hoofdstuk I                  algemeen

Artikel 1

  1. Er is een bestuursraad voor Empel en Meerwijk met als werkgebied de buurten Kom Empel, Maasakker, Empel oost, De Koornwaard, Oud Empel en Dieskant/Meerwijk (ged).
  2. Er is een bestuursraad voor Engelen en Bokhoven met als werkgebied de buurten Kom Engelen, De Vutter, Henriëttewaard (m.u.v. Dieskant/Meerwijk), Haverleij, Bokhoven en Engelermeer.
  3. Wijziging van het werkgebied vindt in overleg met de betreffende bestuursraad plaats door burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk II                 taakomschrijving

Artikel 2

De bestuursraad behartigt de belangen van het betreffende werkgebied op de wijze en met de bevoegdheden, welke hem in of krachtens dit statuut zijn gegeven.

Artikel 3

  1. De bestuursraad is bevoegd omtrent aangelegenheden, waarbij de belangen van zijn werkgebied specifiek zijn betrokken, aan burgemeester en wethouders of aan de burgemeester aanbevelingen te doen.
  2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de uitvoering van hun bevoegdheden te mandateren aan de bestuursraden, indien en voorzover deze het werkgebied van de bestuursraden betreffen. Hieronder wordt mede verstaan de bevoegdheid tot het doen van uitgaven ten laste van specifieke, op het werkgebied betrekking hebbende budgetten.
  3. De in het eerste lid bedoelde aanbevelingen kunnen tot stand komen middels het geven van gevraagd of ongevraagd advies dan wel in de vorm van al dan niet uitgewerkte voorstellen over aangelegenheden die het werkterrein van de bestuursraad betreffen.
  4. Onder de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden worden in elk geval verstaan de algemeen verbindende voorschriften en beleidsvoornemens op het terrein van de ruimtelijke en sociale infrastructuur, de inrichting van de openbare ruimte, voorzieningen c.q. accommodaties en overige zaken, voor zover deze betrekking hebben op het woon- en leefklimaat van het werkgebied.

Artikel 4

  1. Burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester winnen het advies in van de bestuursraad over aangelegenheden waarbij de belangen van het werkgebied specifiek zijn betrokken.
  2. Burgemeester en wethouders kunnen de bestuursraad een termijn stellen waarbinnen deze zijn advies als bedoeld in het vorige lid aan het college moet mededelen.
  3. Indien van een door de bestuursraad uitgebracht advies wordt afgeweken, dan wordt dit gemotiveerd medegedeeld aan de bestuursraad.

Artikel 5

  1. Alvorens aan de gemeenteraad voorstellen te doen over aangelegenheden, waarbij de belangen van het werkgebied specifiek zijn betrokken, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de bestuursraad.
  2. Burgemeester en wethouders verwerken het advies in het voorstel aan de gemeenteraad.
  3. De gemeenteraad kan, al dan niet op verzoek van de bestuursraad, besluiten dat burgemeester en wethouders alsnog het advies van de bestuursraad dienen in te winnen over een voorstel, waaromtrent deze aanvankelijk niet is geraadpleegd.

Artikel 6

  1. Indien de bestuursraad inlichtingen wenst omtrent een aangelegenheid, waarbij naar zijn oordeel een belang van zijn werkgebied specifiek is betrokken, kunnen deze inlichtingen schriftelijk door hem aan burgemeester en wethouders worden gevraagd.
  2. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de gevraagde inlichtingen niet kunnen worden verstrekt, dan delen zij dat gemotiveerd aan de bestuursraad mee.

Artikel 7

Burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen een lid van het college of van de bestuursraad machtigen het college of de burgemeester bij bepaalde gebeurtenissen in het betrokken werkgebied te vertegenwoordigen.


Hoofdstuk III                geldmiddelen

Artikel 8

Op de gemeentebegroting wordt jaarlijks een bedrag geraamd tot dekking van de kosten, die de uitoefening van de bij of krachtens dit statuut aan de bestuursraad toegekende bevoegdheden en taak met zich brengt.


Hoofdstuk IV                samenstelling

Artikel 9           Algemeen

  1. De bepalingen van de Kieswet zijn voor zover daarin bij deze verordening niet anders is voorzien van overeenkomstige toepassing.
  2. Waar in de Kieswet wordt gesproken over gemeenteraad moet worden gelezen de bestuursraad voor Empel en Meerwijk respectievelijk de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven en waar gesproken wordt over gemeente moet worden gelezen het van toepassing zijnde werkgebied, als bedoeld in artikel 1.

Artikel 10         Samenstelling

  1. De bestuursraad bestaat uit:
    - 7 leden indien het werkgebied minder dan 3.000 inwoners telt;
    - 9 leden indien het werkgebied 3.000 of meer doch minder dan 6.000 inwoners telt;
    - 11 leden indien het werkgebied 6.000 of meer inwoners telt.
    Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de bestuursraad, voortvloeiende uit een wijziging van het aantal inwoners van het werkgebied, treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de bestuursraad. Als peildatum geldt 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.
  2. De leden van de bestuursraad worden benoemd uit kiesgerechtigde inwoners van het werkgebied van de betreffende bestuursraad.
  3. De bestuursraad wordt gekozen door degenen die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het werkgebied van de betreffende bestuursraad en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
  4. Onder ingezetenen verstaat deze verordening zij die in het werkgebied van de betreffende bestuursraad werkelijke woonplaats hebben en als zodanig staan ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Artikel 11         Onverenigbaarheden

Een lid van de bestuursraad kan niet tegelijkertijd lid zijn van het college van burgemeester en wethouders of van de gemeenteraad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch of als ambtenaar in vaste dienst dan wel op arbeidsovereenkomst werkzaam zijn bij de gemeente 's-Hertogenbosch.

Artikel 12         Stemdistricten

  1. Het werkgebied van de betreffende bestuursraad wordt door burgemeester en wethouders in stemdistricten verdeeld op eenzelfde wijze en in dezelfde vorm als voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.
  2. Het stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad fungeert tevens als stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden. Ter ondersteuning kunnen er een of twee personen aan de stembureaubezetting worden toegevoegd.
  3. Het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad fungeert tevens als hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden.

Artikel 13         Registratie van aanduiding

Voor de registratie van de aanduiding, waarmee de groepering voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, is niet van toepassing de verplichting tot:

  • het zijn van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;
  • het bij de registratie overleggen van een notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen;
  • het inschrijven in de registers als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
  • het betalen van een waarborgsom.

Artikel 14

De voor de verkiezing van de leden van de bestuursraad te registeren aanduiding mag:

  • niet strijdig zijn met de openbare orde;
  • niet in zijn geheel of voor een gedeelte overeenstemmen met de naam van een groepering die reeds voor het Europese Parlement, de Tweede Kamer, Provinciale Staten of gemeenteraad is geregistreerd;
  • niet in zijn geheel of voor een gedeelte overeenstemmen met de naam van een voor de verkiezing van de leden van de bestuursraad reeds geregistreerde aanduiding waardoor verwarring te duchten is;
  • anderszins niet misleidend zijn voor de kiezers;
  • niet meer dan 35 letters of andere tekens bevatten;
  • niet geheel of in hoofdzaak overeenstemmen met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is verboden en deswege ontbonden.

Artikel 15

  1. Heeft de aan de verkiezing deelnemende groepering geen aanduiding of niet tijdig een aanduiding laten registreren, dan wordt boven de lijst alleen een lijstnummer geplaatst dat conform artikel 20 door het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden als zodanig is vastgesteld.
  2. Naast deze nummeraanduiding kan de betreffende lijst worden voorzien van een aanduiding welke staat voor de naam van de groepering die de lijst vertegenwoordigt en tijdig als zodanig is geregistreerd.
  3. Het lijstnummer en indien van toepassing de aanduiding moet bij de inlevering op de kandidatenlijst staan vermeld en moet tevens vermeld staan op de door de op de kandidatenlijst voorkomende kandidaten ondertekende instemmingverklaring en indien nodig op de over te leggen ondersteuningsverklaringen.
  4. De kandidatenlijst moet worden ingeleverd door een van de op de betreffende kandidatenlijst vermelde personen. Betreft het de inlevering van een lijst van een groepering die reeds voor het Europese Parlement, de Tweede Kamer, Provinciale Staten of de gemeenteraad is geregistreerd, dan moet hierbij tevens worden overgelegd een verklaring van de groepering houdende de aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij het centraal stembureau.

Artikel 16         Kandidaatstelling

  1. Voor de inlevering van de kandidatenlijst is geen waarborgsom verschuldigd.
  2. Het vormen van een lijstengroep of lijstencombinatie is niet mogelijk.

Artikel 17

Indien er bij een verkiezing evenveel kandidaten worden gesteld als er plaatsen te vervullen zijn, verklaart het centraal stembureau, nadat de kandidatenlijsten onherroepelijk zijn geworden, dat de daarop vermelde kandida(a)t(en) benoemd, tenzij de bestuursraad nadrukkelijk verkiezingen wenst.

Artikel 18

Bij de inlevering van de kandidatenlijst moeten tenminste 10 schriftelijke verklaringen worden overgelegd van kiesgerechtigden, waaruit blijkt dat zij de kandidatenlijst ondersteunen.

Artikel 19         Nummering kandidatenlijsten

  1. Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden bepaalt de volgorde van de kandidatenlijsten. Eerst worden genummerd de lijsten van de groeperingen die reeds zitting hebben in de bestuursraden in volgorde van het aantal bij de vorige verkiezing behaalde stemmen. De groepering met het meeste aantal behaalde stemmen krijgt lijstnr 1 enz. Vervolgens worden de overige lijsten genummerd. De volgorde hiervan wordt bepaald door loting.
  2. De nummering vindt plaats tijdens de openbare vergadering van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden op de tweede dag na de kandidaatstelling des namiddags te 16.00 uur.

Artikel 20         Stemming

De stemming vindt plaats op dezelfde dag op hetzelfde tijdstip als de stemming voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

Artikel 21         Benoeming

De voorzitter van het centraal stembureau geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming en geeft hiervan tevens kennis aan de voorzitter van de betreffende bestuursraad. Deze kennisgeving strekt de benoemde tot geloofsbrief.

Artikel 22         Zittingsduur en plaatsvervanging

  1. De zittingsduur van de leden van de bestuursraad is gelijk aan de zittingsduur van de leden van de gemeenteraad. De beëdiging en installatie van de nieuw benoemde leden van de bestuursraad vindt zo spoedig mogelijk na de installatie van de leden van de gemeenteraad plaats.
  2. De leden van de bestuursraad kunnen te allen tijden ontslag nemen. Het ontslag wordt door hen ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders en de bestuursraad.
  3. Zij blijven niettemin in functie totdat de goedkeuring van de geloofsbrieven van hun opvolgers onherroepelijk is geworden of totdat het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.

Artikel 23

  1. Indien bij plaatsvervanging geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt, beslist het centraal stembureau dat geen opvolger kan worden benoemd.
  2. Indien door deze beslissing het aantal zitting hebbende leden minder wordt dan de helft plus een van het aantal leden, dan worden tussentijds nieuwe verkiezingen uitgeschreven, tenzij burgemeester en wethouders anders beslissen.

Artikel 24         Onderzoek geloofsbrieven en toelating

  1. De betreffende bestuursraad onderzoekt de geloofsbrieven van de benoemden en beslist tevens of de benoemde als lid van de bestuursraad wordt toegelaten.
  2. Na de beslissing tot toelating moet de benoeming worden bekrachtigd door burgemeester en wethouders, waarna ten overstaan van de vaste overlegpartner, als bedoeld in artikel 26, beëdiging plaats vindt.

Hoofdstuk V                 de voorzitter

Artikel 25

  1. De bestuursraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
  2. De voorzitter is belast met het leiden van de vergadering en het (doen) naleven van dit statuut respectievelijk het reglement van orde voor de vergadering van de bestuursraad

Hoofdstuk VII               overlegpartner

Artikel 26

  1. Het college van burgemeester en wethouders wijst uit zijn midden voor elk van de bestuursraden een vaste overlegpartner aan.
  2. Deze overlegpartner is op uitnodiging van de bestuursraad gerechtigd de vergaderingen van de bestuursraad bij te wonen en aan de beraadslaging deel te nemen.
  3. De overlegpartner is gerechtigd zich te doen vervangen en/of door een deskundige te laten bijstaan.

Hoofdstuk VII               vergaderingen

Artikel 27

  1. De bestuursraad vergadert in principe eenmaal per maand en voorts zo dikwijls de voorzitter of ten minste drie leden van de bestuursraad het nodig oordelen.
  2. De voorzitter draagt zorg voor het vaststellen en tijdig (laten) verspreiden van de agenda.
  3. De vergaderingen van de bestuursraad zijn openbaar, tenzij tenminste de helft van het aantal leden van de bestuursraad dan wel de overlegpartner, als bedoeld in artikel 26, verzoekt om de deuren te sluiten.
  4. De bestuursraden stellen een reglement van orde voor hun vergaderingen vast. Het ontwerp dient te worden goedgekeurd door burgemeester en wethouders. Dit reglement mag niet strijdig zijn met dit statuut.

Artikel 28

  1. Eenieder, geen lid van de bestuursraad zijnde, die in een openbare vergadering van de bestuursraad het woord wenst te voeren over een blijkens de agenda voor die vergadering geagendeerd onderwerp dan wel over een specifiek op het betreffende werkgebied betrekking hebbend onderwerp, doet daartoe voor aanvang van de vergadering een verzoek aan de voorzitter of secretaris.
  2. Direct na de opening van de vergadering doet de voorzitter de bestuursraad mededeling van het desbetreffende verzoek met het voorstel ter zake een beslissing te nemen.

Artikel 29

Alle stukken die van de bestuursraad uitgaan worden getekend door de voorzitter en/of de secretaris.

Artikel 30

De adviezen van de bestuursraad worden schriftelijk gegeven en behelzen slechts het gevoelen van de meerderheid, tenzij de minderheid verlangt dat ook haar gevoelen wordt vermeld.


Hoofdstuk VIII              de secretaris

Artikel 31

  1. De bestuursraad wordt van gemeentewege ondersteund door een ambtelijk secretaris, welke zorg draagt voor ondersteuning van de bestuursraad in haar relatie tot het gemeentebestuur.
  2. De bestuursraad wijst uit haar midden een secretaris aan, welke in aanvulling op en samenwerking met de ambtelijk secretaris zorg draagt voor het onderhouden van de (schriftelijke) contacten tussen de bestuursraad en de achterban.

Artikel 32

  1. Voor zover in het kader van de in artikel 31, eerste lid genoemde taak van belang woont de ambtelijk secretaris de vergaderingen van de bestuursraad bij en is hij de bestuursraad behulpzaam bij:
  2. het zorgdragen voor het maken van de notulen van de vergaderingen;
  3. het ontwerpen van de van de bestuursraad uitgaande stukken;
  4. het aan de bestuursraad ter beschikking stellen van alle specifiek op het betreffende werkgebied betrekking hebbende stukken.
  5. De notulen van de vergadering worden door de ambtelijk secretaris ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk IX                slot- en overgangsbepalingen

Artikel 33

In gevallen waarin dit statuut niet voorziet of in geval enige bepaling voor verschillende uitleg vatbaar is, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 34

Een voorstel tot wijziging of aanvulling van dit statuut kan worden geïnitieerd door de bestuursraad en/of door het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 35

Dit statuut kan worden aangehaald als “Statuut op de bestuursraden 2002” en treedt in werking op 1 juni 2002.